Sluis is vermoedelijk omstreeks 1280 gesticht door de Vlaamse graaf Jan I van Namen en had van oorsprong de naam Lamminsvliet. In 1324 kreeg Sluis echter zijn huidige naam. De stad heeft haar ontstaan te danken aan het verzanden van het Zwin. Hierdoor werd de rechtstreekse verbinding van de belangrijke handelsstad Brugge met de zee geblokkeerd en werd Sluis de belangrijkste voorhaven van Brugge. In 1290 kreeg het dorp al stadsrechten en door haar strategische ligging werd de stad in 1382 een vestingstad. In 1340 had in de monding van het Zwin reeds de Slag bij Sluis plaatsgevonden die de opmaat tot de Honderdjarige Oorlog vormde. In 1385, werd gestart met de bouw van het Kasteel van Sluis, dat tijdens de Franse inval in 1794 zwaar beschadigd werd en definitief gesloopt in 1820.

Vanaf 1387 was Sluis de belangrijkste Bourgondische vloothaven. Op 7 januari 1430 vond hier het huwelijk plaats tussen Filips de Goede en Isabella van Portugal. Dit gaf het belang van de stad in die tijd weer. De bloeitijd van Sluis duurde tot ongeveer 1450, waarna een snel verval intrad ten gevolge van de verzanding van het Zwin.

Ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelde Sluis een belangrijke rol als vestingstad. In 1587 veroverde de hertog van Parma de stad. In 1603 vond een Zeeslag bij Sluis plaats. De Spaanse bezetting duurde tot 1604 toen de Spanjaarden de stad verlieten waarna Prins Maurits de stad in bezit kreeg. Uit deze episode stamt het verhaal van Jantje van Sluis.

Hoewel de stad en omgeving nadien nog een rol speelde in de Staats-Spaanse Linies was het verder slechts een onbetekenend stadje geworden. Op 27 juli 1794 begon een beleg door de Fransen. Op 25 augustus van hetzelfde jaar gaf de stad zich over, mede door ziekte van de verdedigers.

In het begin van de 20e eeuw kwamen diverse Franse kloosterorden naar Sluis, en familiebezoek aan leerlingen die op internaten zaten werd de oorzaak van het feit dat de winkels vanaf 1908 ook op zondag geopend werden, wat zo bleef en geleidelijk aan steeds meer Belgisch winkelpubliek trok.

Tijdens geallieerde bombardementen op 11 oktober 1944 als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, werd Sluis grotendeels verwoest. Daarbij kwamen 61 mensen om. De Duitsers die zich op en in de omwalling hadden verschanst bleven ongedeerd. Op 1 november 1944 werden dezen aangevallen door het Canadese North Shore Regiment en gaven zich uiteindelijk over, waarmee Sluis was bevrijd. Na de oorlog werd de stad herbouwd in traditionalistische stijl.

De grootste blikvanger van Sluis is het stadhuis dat als enige in Nederland is voorzien van een belfort, een versterkte toren met vier hoektorentjes. Het stadhuis werd in 1390 als symbool van de stede-lijke vrijheid gebouwd naar het voorbeeld van de belforten in Gent en Brugge. In 1944 liep het gebouw zware schade op waarna het in 1956 werd herbouwd. De raadzaal wordt afgesloten door een 18e eeuws smeedijzeren hek dat afkomstig is uit het stadhuis van Middelburg. Langs de wanden hangen schilderijen en een wandkleed (1650). De toren (142 treden) biedt een weids uitzicht over het Zeeuws landschap.

De aantrekkingskracht van Sluis komt voort uit het feit de winkels op zondag geopend zijn. Vroeger, voor de Europese Unie waren sommige producten in Nederland goedkoper of in België verboden en dat verhoogde de aantrekkingskracht. De opening op zondag begon al in 1908. Dit had te maken met het feit dat, ten gevolge van de toenmalige Franse secularisatiepolitiek de kloosters geen onderwijs meer mochten geven. De congregaties weken naar België en Nederland uit. In Sluis werd een zeer groot internaat, het Institut Saint-Joseph, gesticht. Veel jongens uit België en Frankrijk genoten daar hun onderricht. In het weekend kwam de familie op bezoek hetgeen voor grote drukte zorgde en leidde tot het openstellen op zondag van de winkels. Daarom heeft Sluis, ondanks zijn geringe aantal inwoners, ca. 2109, een groot winkelbestand.

 

 
Interact Network 2012
Menukaart Lempereur Sluis Vacatures Geschiedenis van Sluis Lempereurke Sluis Frituurke het Zwin Sluis De Friterie Sluis Homepage